Dag en nacht ben ik met horloges bezig. Letterlijk: uren per dag. Het is een obsessie, een ongeneeslijke ziekte — en ik heb me er volledig aan overgegeven. Wie net als ik verslaafd is, kent beide kanten van die medaille: hoe dieper je graaft, hoe zeldzamer de echte edelstenen worden. Hoe langer je in dit wereldje meedraait, hoe minder vaak je nog écht verrast wordt. Toch… af en toe kom je ineens een knoert van een diamant tegen. Zo eentje die ál je zintuigen op scherp zet.
Text: Alon Ben Joseph
Mijn vader heeft mij met deze horlogeziekte geïnfecteerd. Zijn horlogehorizon is heel breed, maar MilSpec-horloges (militaire horloges gemaakt volgens specificaties van legereenheden; MilSpec staat voor Military Specifications) hebben toch zijn grootste fascinatie. Ook dat heb ik overgenomen. Niet alleen Fliegeruhren (pilotenhorloges), maar ook Field Watches (gemaakt voor landmachten) en duikmodellen hebben een speciale plek in ons hart. Zeer waarschijnlijk zijn de zogenaamde ‘Dirty Dozen’-horloges, gemaakt volgens opgave van de Britse RAF (Royal Air Force), de bekendste MilSpec-horloges. In 1944 had de Britse luchtmacht dringend 150.000 polshorloges nodig.
Er was geen horlogemaker die in korte tijd zoveel kwaliteitsuurwerken kon produceren. Dus, in een periode van twee jaar, maakten de volgende twaalf horlogefabrikanten ze (in volgorde van hedendaagse merkbekendheid): Omega, Longines, IWC Schaffhausen, Jaeger-LeCoultre, Eterna, Lemania, Vertex, Cyma, Buren, Grana, Record en Timor.
Fast forward naar het jaar 2025. Op verzoek van een bevriende horlogejournalist boek ik een afspraak met een horlogeondernemer uit Engeland. Hij noemt de merknaam Aera, er gaat een belletje rinkelen bij mij en ik zeg: “Zij maken moderne versies van MilSpec-horloges, toch?!” Mijn vriend lacht en zegt: “Ik zeg niks. Geef mij jouw eerlijke feedback na de meeting.” Ik krijg wekelijks meer dan een dozijn van dit soort verzoeken, net als elke horlogejournalist. Het liefst spreek ik fysiek met elke vertegenwoordiger van horlogemerken af, maar er zijn gewoon te veel merken en te weinig uren in een dag. Als vriendendienst zeg ik toe de oprichter van Aera te ontmoeten in Genève tijdens de meest recente Geneva Watch Days-beurs. Maar omdat Die Real Time Show daar officieel mediapartner was en wij vijf dagen lang non-stop podcastafleveringen opnamen, lukte het niet om af te spreken.
Een paar weken later lukt het alsnog om in Londen fysiek af te spreken, en komt wervelwind Jas Minhas mijn kantoor binnenlopen met een gigantische glimlach op zijn gezicht. Hij steekt meteen van wal, want we hebben maar een half uur en hij heeft veel te vertellen. Hij duwt het nieuwste model, de M-1 Field met zalmroze wijzerplaat, in mijn handen en opeens hoorde ik niets meer om mij heen. Mijn eerste reflex was: waarom weer een merk dat een eerbetoon wil creëren aan de Dirty Dozen? Het ligt op het puntje van mijn tong en ik wil hem onderbreken om dit eruit te gooien. Echter, ik herpak mijzelf, slik mijn woorden in, pak mijn loupe en bestudeer het horloge met mijn vergrootglas terwijl ik naar zijn verhaal luister.
De purist in mij wil het horloge niet mooi vinden. Toch betrap ik mijzelf erop dat al mijn kritiek verdwijnt als sneeuw voor de zon. Stiekem hoop ik dat de rest van de modellen niet zo goed zijn, maar Aera blijkt consequent. Zowel de chronograaf als hun duikmodel hebben hetzelfde DNA en dezelfde kwaliteit. Het zijn allemaal moderne interpretaties van iconische thema’s: ter land, ter zee en in de lucht. De rode draad die ik snel opmerk: less is more, het design is clean. Een hoge mate van afwerking voor wat je betaalt, en de cijfers plus het logo zijn gemaakt van 3D Globolight-materiaal dat oplicht in het donker.
Als Jas zijn levensverhaal vertelt en bij het hoofdstuk komt waarin hij Yves Béhar twintig jaar geleden ontmoette — omdat Béhar in een lift in New York een opmerking maakte over Jas’ Ikepod-horloge om zijn pols — onderbreek ik hem en roep uit: “Aaaaaah! Nu valt het kwartje. Je houdt van design en nu begrijp ik de rondingen in je kast. Jij houdt ook van Marc Newson en Ikepod, net zoals ik. En je wijzerplaten zijn zo minimalistisch, omdat je van minimalisme houdt!”
Jas remt af, blij als een kind, en ik merk dat hij aarzelt om iets persoonlijks te delen… Na een korte pauze vertelt hij dat hij van design houdt en in karma gelooft. Die ontmoeting met Yves Béhar was volgens hem voorbestemd: hij werd later investeerder in het techbedrijf Jawbone, onder Béhar’s creatieve leiding. Dat avontuur bleek succesvol, en hij bleef investeren in design-gedreven startups. Uiteindelijk kon hij samen met zijn beste vriend Olof Larsson Aera oprichten.
Wanneer ik hem vraag waarom hij horloges ontwerpt die geïnspireerd zijn op MilSpec en de Dirty Dozen, zie ik een twinkeling in zijn ogen. Opnieuw twijfelt hij of hij een persoonlijk verhaal moet delen, maar hij is een prater: zijn Sikh grootvader en vader waren reparateurs van mechanische klokken en horloges. Toen zijn vader in de jaren zestig naar het Verenigd Koninkrijk verhuisde, repareerde hij klokken voor de RAF. Daar begon Jas’ obsessie.
De 30 minuten zijn voorbij en we plannen een vervolgafspraak, maar ik moest toch echt weten waarom hij zo gepassioneerd is door horloges terwijl hij zijn carrière maakt als tech- en designinvesteerder. Het blijkt dat hij de derde generatie in zijn familie is die werkzaam is in de horloge-industrie. Zijn vader had een importbedrijf opgebouwd in Groot-Brittannië. Jas zette zelfs een divisie op in Noord-Afrika, waar ze officieel Seiko 5 automatische horloges distribueerden. Hij kan het niet laten: het is een roeping. Klokken en horloges stromen door zijn aderen.
En, zoals je je misschien afvraagt: wat betekent de naam Aera? Het is een woordspeling op het Engelse woord “era”, dat staat voor een tijdperk met een duidelijk karakter. “Aera” is een archaïsche spelling van “era” en verwijst naar een duidelijk onderscheiden periode in de tijd.
Gatver! Weer een ‘diamant’ in de horlogewereld ontdekt. Weer een horloge dat mijn verlanglijstje heeft gehaald. Keer op keer blijf ik zeggen dat ik geen nieuwe horloges wil en niet verliefd wil worden. Zijn de mensen en verhalen achter de horlogemerken misschien toch net zo belangrijk als het product zelf?

