James Norton is één van die Britse acteurs die gemaakt lijkt te zijn voor Britse kostuumdrama’s. Die heeft hij ook op zijn naam staan, maar de 40-jarige Engelsman wil én doet meer. Gentlemen’s Watch sprak exclusief met Norton voor zijn nieuwste: Netflix’ House of Guinness.
Tekst Jorrit Niels Beeld Petros/Netflix, BBC
“Sorry, ik heb mijn tijd te ruim ingeschat,” vertelt James Norton ons via Zoom, terwijl hij door een Londense wijk loopt. Enigszins buiten adem, onderweg naar zijn huis. “Ik dacht dat ik na mijn run op tijd thuis zou zijn, maar dat liep even anders. Vind je het erg om het zo te doen?”
Voor de niet ingewijden: James Norton is nogal een naam in het Verenigd Koninkrijk, maar de Nederlandse liefhebbers van Engelse misdaadseries kennen ‘m ook. Dankzij rollen als psychopaat Tommy Lee Royce in Happy Valley, maar ook als de misdaden oplossende predikant Sidney Chambers in Grantchester.
Maar stop ‘m vooral niet in een hokje. Norton, die na zijn afstuderen aan de Universiteit van Cambridge een opleiding volgde aan de Royal Academy of Dramatic Art in Londen, doet er namelijk alles aan om zichzelf scherp te houden. Norton, lachend: “Misschien is het gewoon een razende honger naar stress en chaos. Ik heb mezelf altijd willen uitdagen.”
“007, nee – ik ben inmiddels te oud…”
Hij heeft zijn veelzijdigheid door de jaren heen bewezen door detectives af te wisselen met prins Andrei in de tv-bewerking van Tolstoj’s War & Peace uit 2016, ontroerende drama’s als Nowhere Special, een bijzonder actuele thriller als telg van een Russische dynastie in de BBC-thriller McMafia en Mr. Jones over de Oekraïense hongersnood (Holodomor) van 1932 tot 1933.
En, zoals bij zo’n beetje elke jonge Brit, werd ook Nortons naam toegevoegd aan de schijnbaar eindeloze speculatie over wie de volgende James Bond wordt. De meeste bookmakers beschouwen hem als eerste of tweede favoriet, door zijn gepolijste looks met een duister randje. Al geeft hij zichzelf weinig kans. “Ik ben inmiddels te oud.”
Dus hoewel zijn nieuwste rol er één in een kostuumdrama is –House of Guinness– is Norton allesbehalve de gepolijste leading man. Hij moest zelfs een overtuigend Dublins accent uit de jaren 1860 perfectioneren.

House of Guinness is het verhaal van Ierlands meest iconische brouwersfamilie, wiens schandalen, machtsstrijd en geheimen nog niet eerder op film of tv zijn vertoond, tot nu. Dit is meer dan zomaar weer een kostuumdrama over rijke dynastieën.
Peaky Blinders-schrijver en -bedenker Steven Knight creëerde het achtdelige drama, dat start tijdens één van de meest ingrijpende momenten in het Guinness-imperium: de dood van Sir Benjamin Guinness in 1868 en de explosieve nasleep van zijn testament.
Benjamin was niet zomaar een brouwerijeigenaar – hij was de kleinzoon van Arthur Guinness, die in 1759 een 9.000-jarig huurcontract tekende voor St. James’s Gate Brewery, en de man die het familiebedrijf transformeerde tot een wereldwijd fenomeen. Zijn dood markeerde niet alleen het einde van een tijdperk; het ontketende ook een familievete die het lot van ’s werelds beroemdste stout zou bepalen.
De belangrijkste boodschap aan de erfgenamen: ‘verpest het niet’. De vergelijking met HBO’s Succession is snel gemaakt, maar stilistisch is het net even wat meer aangezet. Benjamin laat vier kinderen achter: de oudste, eigenzinnige zoon Arthur (Anthony Boyle), de verantwoordelijke Edward (Louis Partridge), de verwaarloosde Anne (Emily Fairn) en de alcoholist Ben (Fionn O’Shea).
“Het begin van een film of serie voelt voor mij altijd aan als het zwemmen in honing.”
Misschien wel het meest intrigerende personage in de serie is Sean Rafferty, vertolkt door James Norton. Norton speelt een Ier wiens relatie met de protestantse elitefamilie spanningen tussen klassen en religie aan het licht brengt. Knight omschrijft Rafferty als ‘één van de meest bijzondere aspecten van deze serie’. Dat klopt, want zijn personage is de katalysator van nogal wat onrust en gekibbel. “Ik heb alle acht afleveringen al mogen zien en ik heb er oprecht van genoten. Het is altijd een stuk fijner om interviews te doen over een project dat je zelf ook echt goed vindt.”
Wanneer had je Sean echt in je vingers als karakter?
“Dat gebeurt bij mij altijd pas later tijdens de shoot. Ik bereid mij zoveel mogelijk voor, maar in tegenstelling tot het theater heb je slechts weinig of geen repetitietijd. Het begin van een film of serie voelt voor mij altijd aan als het zwemmen in honing. Daarom hou ik ook niet van de eerste opnamedag. Pas nadat ik me een paar dagen in mijn karakters lichaam heb bewogen, voel ik me zekerder. Dat gold vooral voor het accent. Het is een Iers accent, maar een heel specifiek ouder Iers accent.”
Doodeng?
(lachend) “Zeer angstaanjagend, vooral als je het op straat in het dagelijkse leven probeert. Ik hou ervan om thuis, gewoon in mijn eigen jeans en t-shirt, me te gedragen als het karakter. Zodat het niet zo vreemd aanvoelt als ik voor het eerst op de set kom. Ik oefen het niet bij mijn lokale slager of groenteboer hoor, dan rollen ze met hun ogen: ‘heb je weer zo’n pretentieuze en vermoeiende acteur’. Grappig was dat ik automatisch ging praten met een meer sonore stem, een soort grom, wat uiteindelijk heel goed bij Sean past. Soms heb je van die keuzes die heel natuurlijk tot je komen, want ik haat van die geforceerde acteurstrucjes.”
Maar dag één was een kwelling?
“Nou, dat ging onbedoeld toch even anders. De dag ervoor vierde ik mijn 39ste verjaardag op een zaterdagavond. Ik smeekte mijn agent om die dag erna vrij te houden, want mijn hele huis was vol en het werd laat. Of ja, vroeg. Ik kreeg die vrije dag, maar helaas werd er iets omgegooid en moest ik tóch filmen de dag na mijn verjaardag… En het was ook nog eens een heel fysiek groot gevecht tijdens de Guinness-begrafenisstoet in de eerste aflevering! Ik was zó moe, maar ik denk dat het me onbewust ook wat relaxter in die dag heeft gezet!”
Steven Knight, bekend van Peaky Blinders, is één van de meest productieve schrijvers van dit moment. Als je als acteur kijkt naar zijn werk, wat valt dan op?
“Hij schrijft vooral korte vignetten. Ofwel lange dialogen tussen acteurs, waardoor het soms bijna aanvoelt als theater. Waar veel schrijvers vertrouwen op bondige stukken tekst, met actie en snel wisselen van punt naar punt, vertrouwt Steven op zijn woorden die geen goedkope cuts of actie nodig hebben.”
Kost het je na voltooiing van opnames ook weer even tijd om een rol als Sean van je af te schudden?
“Ik ben niet een acteur die zich twee weken lang afzondert en een ritueel heeft om afscheid te nemen van een karakter. Vaak wil ik juist niet zomaar afscheid nemen van iemand; ik hou ze liever nog even bij me. Ik heb veel geleerd van Rafferty en andere rollen. Het was één van de meest leuke rollen die ik ooit heb gespeeld. Hij heeft zoveel zelfvertrouwen en een zekere kracht vanbinnen; ik leer daarmee ook veel over mijzelf. Ik vond het interessant om mijzelf die eigenschappen toe te dichten die ik zeker niet altijd in het echte leven heb, soms zelfs te weinig.”
Geen method-praktijken dus?
“Ha, niet voor mij. Maar ik vind het altijd wel moeilijk om na een lange shoot afscheid te nemen van zo’n hele cast en crew. Je trekt met elkaar op als een soort reizend circus en wordt heel hecht. En dan zie je ze plots nooit meer of pas weer bij het volgende project. Dat went nooit echt.”
Was er een rol, hoe klein of groot ook, die een persoonlijke ommekeer betekende?
“Er zijn er een paar geweest. Ik heb het geluk gehad dat ik langzaamaan steeds meer succes kreeg. Er was niet één breakout rol; ik zit gelukkig nog steeds op die stijgende lijn en doe steeds iets dat net weer buiten mijn comfortzone zit. De serie Happy Valley was zo’n ommekeer. Het was de eerste keer dat ik een hoofdrol had en waarin ik kon bewijzen wat mijn bereik was. Die rol lag zo ver bij mij vandaan. Maar theater voelde qua acteren altijd alsof ik mijn grenzen nóg meer opzocht. Of het nu That Face was, waarin ik de kunst van het kleine vond. Dus niet te veel doen. Of A Little Life, wat slopend was, maar ook erg bevredigend.”
“Boeddhisme is een manier om te ontspannen en twijfel weg te nemen.”
Je sprak daar al veel over, net zoals over het puzzelen met medicijnen voor je diabetes Type 1.
“Ik stond daarvoor bijna het gehele stuk op het toneel, vier uur lang. Dus moest ik insuline shots, gels en suikers verstoppen in het decor, zodat ik die kon nemen tijdens het spelen. Terwijl mijn bloed achter de schermen in de gaten werd gehouden. Het was een bijzondere ervaring, soms met wel acht voorstellingen in een week. Absoluut het moeilijkste dat ik ooit heb gedaan. Maar als je eenmaal in die flow komt van vier uur lang, dat is zó verslavend.”
Je spreekt geregeld in het openbaar over diabetes. Wordt het in films een beetje realistisch weergegeven?
“Ten eerste, ik ben een groot voorstander van voorlichting en iedereen kan me altijd aanklampen met vragen, maar op film: mwah. Ik vind dat ik een van mijn toekomstige karakters type 1-diabetes moet geven. Dat wordt tijd, al is het voor de beeldvorming. Maar ook omdat ze het in Hollywood vaak verprutsen. Als iemand een lage bloedsuikerspiegel heeft en hij ‘snel een prik moet!’ Nee, je moet hem suiker geven! We moeten die fouten rechtzetten.”
Voor meer bewustwording?
“Mensen zeggen vaak dat ze het inspirerend vinden om te zien hoe ik, ondanks mijn diabetes, volop acteer en leef. Voor mij is dat één van de meest bevredigende dingen aan het zijn van een publiek persoon. Wat dat ook mag betekenen.” (grijnst)
Je staat steeds vaker hoog, of zelfs bovenaan de callsheet. Hoe heb je geleerd om te gaan met die verantwoordelijkheid?
“Er zijn in het begin van mijn carrière een paar goede mensen geweest, oude rotten in het vak, die een rolmodel werden. In Grantchester werkte ik met Robson Green en hij leerde mij over de verantwoordelijkheid die je hebt als je hoog op de callsheet staat. Jij zorgt voor de sfeer en bepaalt hoe mensen zich voelen op de set. Dat sijpelt door. Als ik met jongere acteurs werk, dan probeer ik ze dat altijd duidelijk te maken. Film en tv zijn misschien wel de meest collaboratieve kunstvormen die er zijn. Respect en vriendelijkheid zijn dan cruciaal. Ook als er fans zijn, dan probeer ik altijd de energie te vinden.”
Om iedereen zijn moment te geven?
“Voor jou is het fan nummer elf, maar voor die persoon is het misschien de enige keer dat ze kunnen zeggen dat ze je werk waarderen of iets willen vragen. Ik ben me daar altijd van bewust. En wie wil daar nu geen tijd voor maken.”
Je zegt dat je niet graag in een hokje wordt gestopt. Welke rollen haalden je daar echt uit?
“Playing Nice is een goede. In die film, over twee kinderen die in het ziekenhuis waren omgewisseld, speelde ik een sympathieke, inschikkelijke man. In tegenstelling tot de meeste personages die ik daarvoor speelde. Hij had een eenvoud die ik nog niet eerder had gespeeld, en een innemendheid en rust die hem heel echt deden aanvoelen. En daarna vond ik het fantastisch om King & Conqueror te spelen. Na een klein familie- en psychologisch drama was dit een middeleeuws epos met een cast die vier keer zo groot was. Pff, dat was de eerste keer dat ik het gevoel had dat ik even te veel op m’n nek had gehaald, omdat ik deze ook nog eens produceerde. Aan de andere kant gedij ik het beste onder druk. Ik presteer dan beter, te veel tijd of ruimte en ik word traag.”

Als het maar raakt aan een moreel spectrum?
“Dat is het meest interessant voor mij. Dat is echt. Omdat we allemaal mensen zijn. We zijn allemaal gebrekkig. Ik denk dat we allemaal onze Jungiaanse schaduwzijde hebben. We vragen ons allemaal af of we in staat zijn om ons morele kompas te manipuleren. De BBC-serie McMafia was nog zo’n voorbeeld. Er zijn dagen dat we ons ongelooflijk deugdzaam voelen, wanneer we een goede daad verrichten of geld doneren aan een goed doel, maar ook dagen dat je iets anders opzoekt. Als acteur wil je alleen maar transformeren. Je wil niet alleen versies van jezelf spelen, want dan wordt het saai en stop je met leren. Tenzij je een acteur bent die het alleen maar doet voor de dure auto’s en horloges. In dat geval kun je gerust je hele leven één personage spelen. Ik denk nooit: ik móét die baan hebben, anders word ik niet gelukkig. Of als ik niet een Leonardo DiCaprio ben, is mijn leven waardeloos. Gelukkig heb ik dat niet, want dat neem je mee naar huis.”
Veel van je rollen gaan over maatschappelijke ontwikkelingen of politiek. Hoe belangrijk is dat voor je?
“Het laatste dat ik wil is al te prekerig overkomen. Dat is niet de rol van een acteur. We maken toch vooral entertainment en ik ben geen politicus. En nu ik ook produceer weet ik hoe moeilijk het is om iets te maken. Film of tv maken is veel meer dan witte vrachtwagens vol licht en camera’s. Daar gaat járen van hard werk aan vooraf, waar schrijvers de woorden op papier zetten en producers vervolgens nogmaals jaren proberen om het geld en de crew bij elkaar te krijgen. Maar ik hoop dat het overgrote deel van wat ik maak een zeker sociaal bewustzijn heeft of een goede energie bezit met goede waarden. Zoals Mr. Jones over de Holodomor, de hongersnood in Oekraïne begin jaren dertig die relatief onbekend is, maar zó belangrijk. Zeker nu, in het licht van de huidige invasie.”
Ben je daar ook zo mee bezig omdat je religie studeerde, voordat je met de toneelschool begon?
“Ik heb theologie gestudeerd aan Cambridge en ik heb het gevoel dat ik toen veel slimmer was en veel meer controle had, haha. Ik las en schreef indertijd over metafysica, hindoeïsme en boeddhisme. En ja, ik denk dat ik het gevoel daarvan laat doorsijpelen in mijn huidige waarden, absoluut.”
Je leert nog steeds.
“Ik dompel mij niet zo diep onder als vroeger, maar doordat je geregeld maanden mag doorbrengen in een compleet andere wereld, leer ik zeker. Om vervolgens weer naar een andere te verhuizen, waardoor het lijkt alsof je korte spoedcursussen volgt over dingen waar je anders nooit iets over zou hebben geleerd. Daarbuiten fascineert het boeddhisme mij nog altijd. Na de intensiteit van het toneelstuk A Little Life ben ik naar een boeddhistische meditatieretraite in Frankrijk gegaan.”
Was dat voor een reset?
“Ja, tot mezelf komen. Mijn relatie tot geloof veranderde van een toegewijde in een meer academische interesse tijdens mijn studie. Nu is therapie – niet door een depressie of inzinking, gewoon momenten zoals iedereen die heeft – en boeddhisme een manier om te ontspannen en twijfel weg te halen die me soms in de weg staan. Bij het boeddhisme praat je niet echt over geloof. De leer gaat niet over aanbidding, het gaat over jezelf. Het gaat over je eigen reis en ervaring. Het heeft me de kans gegeven om even stil te staan, iets dat ik mezelf lang niet altijd gunde en vroeger zelfs tijdsverspilling vond.”
House of Guinness is nu te zien op Netflix
CV
Naam: James Geoffrey Ian Norton
Geboortedatum: 18 Juli 1985 (40), Lambeth, Londen – Engeland
Woonplaats: Londen, Engeland
Privésituatie: Single
Filmografie: Rush (2013), Death Comes to Pemberley (2013), War & Peace (2016), Hampstead (2017), McMafia (2018), Grantchester (2014-2019), Mr. Jones (2019), Little Women (2019), Nowhere Special (2020), Rogue Agent (2022), Happy Valley (2014-2023), A Little Life (2023), Playing Nice (2025), King & Conqueror (2025)

